Healthy Living (#13) – Vakantie (deel 2)

Mijn vrouw moet na drie weken vakantie weer aan het werk. Maar wat hebben we drie heerlijke weken gehad. Alhoewel alles natuurlijk nog steeds een beetje overschaduwd wordt door dat ene verschrikkelijke virus.

De vakantie van de kinderen zit er al weer voor de helft op. Na een heerlijke tijd in Frankrijk en een dagje thuis hebben we de kinderen afgelopen dinsdag naar mijn schoonzus en zwager gebracht voor een logeerpartij van maar liefst vier nachtjes. Onze kinderen drukken een logeerpartij overigens niet uit in de tijd die ze wakker zijn, maar in de tijd dat ze slapen. Best wel grappig. Dat deed ik vroeger ook, dus het zal wel kinderen eigen zijn. Dit is de eerste keer dat ze vier nachtjes gaan logeren en dan ook nog bij familie anders dan mijn ouders, dus dat is best wel een beetje spannend. Zowel voor henzelf als voor ons. En dan ook meteen gewoon vier nachtjes. Dat had onze oudste met haar tante geregeld en die vond het prima. Afgelopen dinsdagochtend, de dag dat we ze gingen wegbrengen stuiterden ze bijna door het huis, zo opgewonden waren ze allebei. Toen we ze hadden afgeleverd zijn mijn vrouw en ik doorgereden naar Groningen. Want als de kinderen dan toch niet thuis zijn, dan kunnen wij ook nog wel even een paar dagen de bloemetjes buiten zetten. 

Zo gezegd, zo gedaan. We zaten in Hotel Van der Valk Hoogkerk en dat bleek een uitstekende uitvalsbasis om Groningen te verkennen. We hadden een riante kamer gesitueerd in een hoek van het hotel met zo’n heerlijke inloopdouche. Heel comfortabel. Naast het hotel ligt een grote P&R met bushaltes, dus we waren in mum van tijd in hartje Groningen. De tweede dag zijn we zelfs vanuit het hotel te voet naar het centrum gewandeld. Een kleine vijf kilometer, dus prima te doen. En wat hebben we genoten. Groningen heeft architectonisch wel wat weg van steden als Maastricht en Amsterdam vind ik persoonlijk, maar het heeft ook imposante moderne architectuur zoals het Groninger Museum en het Forum. Het oude waaggebouw is bijvoorbeeld heel mooi opgenomen in een modern bouwwerk. We voelden ons erg thuis in Groningen. Ook qua sfeer. Wat ons erg opviel was dat COVID-19, anders dan in het openbaar vervoer waar je verplicht een mondkapje op moet, haast niet leek te bestaan in Groningen. Aan de ene kant voelde dat heel relaxed, want de voortdurende confrontatie met alle nieuws rondom dit levensbedreigende virus is nou niet bepaald opbeurend. Maar aan de andere kant voelde het ook wel een beetje vreemd. We zagen veel jonge mensen, die duidelijk niet tot één gezin behoorden, schouder aan schouder op terrassen zitten. Hoe opmerkelijk is het dan om te zien dat ze bij het afscheid ineens anderhalve meter innemen en een beetje schaapachtig naar elkaar staan zwaaien. 

Afgelopen vrijdag waren mijn vrouw en ik bij onze Oosterburen. We willen allebei wat werk aan ons gebit laten doen en dus gingen we samen voor een intake naar een tandcentrum in het Duitse Bocholt, net over de grens. Tot onze verbijstering gelden in Duitsland hele andere regels ten aanzien van de verspreiding van COVID-19 dan in Nederland. Zo moesten we bij het betreden van het tandcentrum een mondkapje op. Toen we later die ochtend even over de markt liepen werden we gesommeerd om ook daar een mondkapje te dragen. We dronken een kopje koffie op een terras en het bedienend personeel draagt allemaal een mondkapje. Er waren tafels gereserveerd voor minimaal 4 personen en je hoefde het niet in je hoofd te halen om daar met z’n tweeën te gaan zitten, ook al was het het enige tafeltje dat nog beschikbaar was in de schaduw, want je werd beleefd verzocht aan een ander tafeltje te gaan zitten. De regels in Nederland zijn voor mijn gevoel een stuk minder vergaand dan in Duitsland om het over de handhaving aan Nederlandse zijde maar helemaal niet te hebben. De Winterswijkse warenmarkt en recreatieplas het Hilgelo (Duitse naam ‘Meddo See’) hebben een grote aanzuigende werking op Duitste toeristen en dagjesmensen. Dat is een heel normaal fenomeen in een grensregio. Toen we nog in Maastricht woonden was dat niet anders. Veel Duitsers en Belgen die massaal op de warenmarkt en de terrasjes afkwamen. Als zowel de Duitsers als de Belgen een feestdag hadden, bijvoorbeeld op 1 mei, dan liet je het wel uit je hoofd om de stad in te gaan. De Winterswijkse warenmarkt is vanwege corona verplaatst omdat de ruimte op de Markt te klein was en bezoekers onvoldoende afstand konden houden. De warenmarkt is nu over meerdere straten verspreid waardoor het makkelijker is om anderhalve meter afstand in te nemen. Wat het Hilgelo betreft, daar is de drukte niet meer te overzien. De slagbomen van de parkeerplaats worden vroegtijdig gesloten, waardoor bezoekers voor een parkeerplek hun heil zoeken in woonwijken of andere plekken die overlast opleveren. Exploitant Leisurelands lijkt niet bij machte te zijn om met enige creativiteit de toestroom van bezoekers te kanaliseren waardoor de burgemeester moet gaan dreigen met algehele sluiting van het Hilgelo als mensen de corona-maatregelen niet voldoende in acht (kunnen) nemen. Op zich begrijpelijk dat onze burgemeester dit doet, want burgemeesters uit Duitse buurgemeenten zullen hem ongetwijfeld hebben aangesproken op de ontstane situatie. Het merendeel van de bezoekers komt volgens de media namelijk van de andere kant van de grens. En de burgemeester is tenslotte eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Maar uitbater Leisurelands speelt hier natuurlijk ook een cruciale rol in. Van deze partij zou je mogen verwachten dat ze een reserveringssysteem, tijdslots of een andere creatieve oplossing implementeren waarmee de toestroom beter gekanaliseerd wordt. En helemaal afsluiten is wel het laatste wat er volgens mij moet gebeuren in deze hittegolf. Een serieus lastige situatie dus.

Toen de verspreiding van het coronavirus maanden geleden een exponentiële groei doormaakte was het overheidsbeleid gericht op ‘flatten the curve’. Men wilde de verspreiding van het virus ‘mitigeren’. Met andere woorden, het beleid was er niet op gericht om besmetting te voorkomen, maar om het aantal besmettingen op een dusdanig niveau te houden dat de ziekenhuiszorg het aan zou kunnen. Aan de vooravond van wat veel mensen vrezen als een tweede golf lijkt het beleid veranderd te zijn van mitigeren naar het voorkomen van de verspreiding van het virus. Worden er nu dan weer veel meer mensen opgenomen in het ziekenhuis met COVID-19? Dat is volgens mij niet het geval. Stijgt het aantal besmettingen dan? Ja, maar er wordt ook veel meer getest dan in de eerste maanden dat we met het virus te maken hadden. Kortom, wat is er nu werkelijk aan de hand? Begint de angst voor een tweede lockdown, met alle gevolgen van dien, zodanige vormen aan te nemen dat er nu op ingezet wordt om verdere verspreiding van het virus te voorkomen? Of is het wellicht de verwachting dat we weldra over een vaccin kunnen beschikken waardoor er nu nog even alle zeilen bijgezet moeten worden om verdere schade zoveel mogelijk te beperken? Wat is er dan nog overeind gebleven van de informatie uit één van de eerste persconferenties waarin ons werd verteld dat een groot deel van de populatie het virus zou krijgen? Hoe zit het nu met de groepsimmuniteit die we zouden opbouwen? Welke lessen zijn er geleerd uit super-spreading events? Hoe zit het met aerosols en ventilatie? Vragen, vragen en nog meer vragen! En eigenlijk wil ik er helemaal niet mee bezig zijn, maar gewoon onbekommerd van mijn zomer kunnen genieten. Dat zit er helaas niet in. Wellicht de volgende zomer weer?

Abonneer je op mijn blogs:
Follow by Email
Facebook
Twitter
Pinterest
Instagram

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.