Deze foto van een glimmende paarse stof staat symbool voor een prestigeproject.

Prestigeproject

De bouw van een steengroevemuseum aan de rand van de Winterswijkse Steengroeve begint steeds meer op een megalomaan prestigeproject te lijken. In een eerdere blog over dit onderwerp van begin dit jaar, heb ik daar mijn zorgen al over geuit. En die zorgen heb ik nog steeds en ik niet alleen. De petitie die toen van start ging heeft uiteindelijk 1250 handtekeningen opgeleverd. De bezorgdheid gaat dan ook veel verder dan het handjevol omwonenden. En dan vraag je je wellicht af wat de gemeente, in de persoon van de wethouder, met dit signaal gedaan heeft. Helemaal niets! Er heeft niet eens een fatsoenlijk gesprek plaats gevonden tussen de wethouder en de petitionaris. 

Locatie

Even ter herinnering. De protesten die gericht zijn tegen de bouw van een steengroevemuseum, zijn primair gericht op de locatie en niet op de feitelijke realisatie van een museum. Oftewel, de meeste tegenstanders juichen de realisatie van een steengroevemuseum toe, maar hebben zware bedenkingen bij de beoogde locatie. Het museum is voorzien pal aan de rand van de steengroeve. Nu moet je weten dat er in de aanvankelijke plannen sprake was van het realiseren van een kleinschalig bezoekerscentrum. Een bezoekerscentrum bouw je logischerwijs naast datgene waar je bezoekers naar toe wilt trekken. 

Rijping

De aanvankelijke plannen voor de realisatie van een bezoekerscentrum dateren van ruim tien jaar geleden. Deze plannen hebben dus wat dat betreft ruim de tijd gehad om te kunnen rijpen. Door deze rijping is er echter iets opmerkelijks gebeurd. De aanvankelijke plannen voor een bezoekerscentrum veranderden langzaamaan in de wens voor een museum. Het mag duidelijk zijn dat er wezenlijke verschillen zijn tussen een bezoekerscentrum en een museum. In mijn beleving is de functie van een bezoekerscentrum die van ontvangstruimte voor mensen die voor een rondleiding in de steengroeve komen. De functie van een museum is om een verhaal te vertellen door onder andere de historische schatten die zijn gevonden in de steengroeve te exposeren. 

Aanvankelijk was er dus geenszins sprake van een prestigeproject als je het mij vraagt. Het bezoekerscentrum zou een zeer beperkt bouwvolume hebben en de primaire functie was de ontvangst van bezoekers. Of stichting Terra Temporalis, de initiatiefnemer van dit project, van meet af aan eigenlijk de intentie had om een steengroevemuseum te realiseren, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat gaandeweg de aanvankelijke plannen zijn aangepast tot het steengroevemuseum zoals dat nu beoogd is. 

Struikelblok

Het grootste struikelblok in de realisatie van het steengroevemuseum is de locatie. Daar waar het nogal evident is om een bezoekerscentrum in de directe nabijheid van de steengroeve te plannen, geldt dat niet voor een museum. Zeker niet als je bedenkt dat de steengroeve grenst aan het Natura 2000 gebied Willinks Weust. Dit beschermde natuurgebied gaat gebukt onder veel te hoge stikstofdeposities. Met andere woorden, het fragiele ecosysteem van de Willinks Weust wordt zwaar bedreigd. Het realiseren van een toeristische trekpleister op die specifieke locatie kan dan voor Winterswijk in economisch opzicht gunstig zijn, voor het behoud van het ecosysteem en het bevorderen van de biodiversiteit is het een drama.

Economische uitvoerbaarheid

Hoezeer de steengroeve ook de functie van toeristische trekpleister kan vervullen, dit geldt niet voor de Willinks Weust. Om te kunnen gedijen en zich in positieve zin te kunnen ontwikkelen is een natuurgebied gebaat bij rust. Het overgrote deel van de Willinks Weust is gelukkig niet voor publiek toegankelijk. Echter, er is nog niet zo lang geleden een laarzenpad aangelegd dwars door dit kwetsbare natuurgebied. De functie van dit laarzenpad is om natuurliefhebbers en wandelaars kennis te laten maken met de bijzondere flora en fauna die dit gebied rijk is. Maar wat nou als er pal naast dit gebied een museum wordt gebouwd. Een dergelijk museum is alleen rendabel als het ofwel zwaar gesubsidieerd wordt of, als het haar eigen broek moet ophouden, voldoende bezoekers trekt. 

In de huidige tijd ligt het niet erg voor de hand dat het beoogde steengroevemuseum structureel kan rekenen op een dikke gemeentelijke subsidie. Als het zijn eigen broek moet ophouden moeten er dus hoge inkomsten worden gegenereerd. Dat kan door zoveel mogelijk bezoekers te trekken of door bijvoorbeeld andere functies aan te bieden die geld opleveren. Ik denk dan aan het verhuren van ruimtes aan bijvoorbeeld het Steengroeve Theater. Hoe het ook zij, voor een sluitende exploitatie zal men er simpelweg veel gebruik van moeten maken. En een groot gebruik van een gebouw aan de rand van de steengroeve heeft een aantal serieuze neveneffecten.

Neveneffecten

De electrificatie van ‘s lands wagenpark gaat voorspoedig. Het is echter niet reëel te denken dat het wagenpark van alle potentiële bezoekers van het steengroevemuseum over een paar jaar al 100% elektrisch is. En zolang dat niet het geval is, brengt elk niet-elektrisch voertuig dat dit kwetsbare gebied binnenrijdt, een extra hoeveelheid stikstof met zich mee. Bovendien draagt het gebied dat grenst aan de Willinks Weust ook niet bepaald bij aan een lagere stikstofemissie. Sibelco, het bedrijf dat de steengroeve exploiteert, is weliswaar voor het stoken van haar droogovens overgegaan van bruinkool op gas, er is nog altijd sprake van een ongunstige hoeveelheid stikstof. 

Daarnaast wordt de Willinks Weust omringd door agrarische percelen. En eerlijk gezegd zie ik nog niet of nauwelijks electrificatie van landbouwvoertuigen of overschakeling naar duurzamere vormen van landbouw in dit gebied. Kortom, als je het mij vraagt moet er nog heel wat gebeuren om een steengroevemuseum aan de rand van de steengroeve te kunnen realiseren, waarbij de potentiële schadelijke neveneffecten op de omgeving volledig worden ondervangen. En dan nog mag je je afvragen of je het dan alsnog moet willen. Het natuurgebied Willinks Weust heeft geen eigen stem in deze. Maar wat als dat wel het geval zou zijn. Welk geluid zou er dan klinken?

Misleiding

De gemeente wendt voor dat ten aanzien van dit prestigeproject aan alles is gedacht. Het plan zou dankzij een anterieure overeenkomst met stichting Terra Temporalis  economisch uitvoerbaar zijn en verzekerd van kostendekking. Uit navraag bij de gemeentelijke projectleider blijkt dat de genoemde overeenkomst helemaal niet bestaat. En al zou ze wel bestaan, dan biedt het nog geen enkele garantie. De burger wordt door de gemeente misleid. En zo verandert datgene wat in de basis een plan met potentie was tot een prestigeproject. Eentje waarvan het draagvlak bij de Winterswijkse burgers – en die krijgen vroeg of laat de rekening gepresenteerd – steeds verder afbrokkelt. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.