Gezondheidszorg
De gezondheidszorg loopt vast. Dat is onvermijdelijk als er op korte termijn niet een aantal systeemveranderingen worden doorgevoerd. Het beroep dat we op de gezondheidszorg doen neemt al jaren toe. Enerzijds heeft dat te maken met de vergrijzing waar we als samenleving mee geconfronteerd worden. Anderzijds maakt de gemiddelde leefstijl dat mensen veel meer levensjaren kampen met gezondheidsproblemen. Daar komt nog eens bij dat de financiering van de gezondheidszorg sinds jaar en dag productie gedreven is. Dat laatste leg ik even uit.
Perverse prikkel
Een ziekenhuis krijgt geld van zorgverzekeraars voor de verrichtingen die worden gedaan. Verrichtingen zijn het geheel van diagnostiek en behandeling. Hoe meer verrichtingen, hoe meer geld dat oplevert voor het ziekenhuis. Doorgaans is hier wel een maximum aan verbonden. Het zogenaamde zorgplafond. Ook een huisarts, een tandarts en een verpleegkundige in de thuiszorg krijgen op basis van verrichtingen betaald. Met dat verschil dat de verrichtingen van een wijkverpleegkundige een ander karakter hebben dan de verrichtingen van een medisch specialist, huisarts of tandarts. Eigenlijk is het helemaal niet zo gek dat er per verrichting wordt betaald. Het grote probleem is echter dat er een perverse prikkel vanuit gaat. Immers, je wordt tot op zekere hoogte ‘beloond’ als je meer doet.
Kwetsbare ouderen
Het gebruik van gezondheidszorg door ouderen neemt al jaren toe. Dat is logisch, want er zijn steeds meer ouderen, die bovendien steeds ouder worden. Echter, als een oudere in het ziekenhuis beland, dan komt het met grote regelmaat voor dat de betreffende oudere in een dusdanig slechte gezondheid verkeerd, dat een terugkeer naar de thuissituatie ernstig wordt bemoeilijkt. Bovendien is een ziekenhuisopname voor een kwetsbare oudere vaak veel ingrijpender dan voor een jonger iemand. Hierdoor is de kans dat de gezondheidstoestand als gevolg van opname verder verslechterd een groot en reëel gevaar.
Verkeerde bed
Als een oudere niet meer naar huis kan en in het ziekenhuis moet wachten op een plekje in een verpleeghuis, dan spreken we van de zogeheten ‘verkeerde bed problematiek’. De oudere houdt immers een ziekenhuisbed bezet. Het ziekenhuisbed en de zorg die daarbij hoort is niet afgestemd op de zorg van de oudere die wacht op een plek elders. Bovendien kan het ziekenhuisbed gedurende die tijd niet worden ingezet voor de zorg waar het voor bedoeld is.
Kwaliteit van leven
Het aandeel ouderen dat zorg nodig heeft neemt steeds verder toe. De grote vraag is echter of de geboden zorg vandaag de dag wel passend is. Passende zorg is zorg die aansluit bij de wensen en de levensfase van de oudere. Naarmate we ouder worden neemt het risico op ziekte gerelateerd overlijden toe. We gaan immers allemaal een keertje dood. De grote vraag is wat je als gezondheidszorg bij een oudere met een kwetsbare gezondheid allemaal nog uit de kast trekt om het leven nog wat te rekken. En tegen welke prijs. Niet zozeer in euro’s maar veel meer in kwaliteit van leven.
Ouderenzorg is een medisch specialisme
Eigenlijk zou men alles op alles moeten zetten om te voorkomen dat een oudere in het ziekenhuis beland. Dat vraagt echter om veel grotere inspanningen in de nulde- en eerstelijnsgezondheidszorg. De huisarts is van oudsher het eerste aanspreekpunt als er zich gezondheidsproblemen voordoen. De huisarts is echter een medisch generalist. Plat gezegd, zijn specialistische kennis is beperkt. De ouderenzorg vraagt echter om een specialistische benadering. Ouderen hebben namelijk niet zelden een opeenstapeling van gezondheidsproblemen. Die problemen moeten in samenhang worden bezien. Dit is onder andere het werk van geriaters en gerontologen.
Maar als we willen voorkomen dat een oudere naar het ziekenhuis moet, dan vraagt dat om veel meer integratie van de ouderengeneeskunde in de eerstelijnsgezondheidszorg. Oftewel, er moeten veel meer specialisten ouderengeneeskunde vanuit bijvoorbeeld huisartsenpraktijken gaan werken. Of je zou ervoor kunnen kiezen dat de intramurale specialist ouderengeneeskunde, de vroegere verpleeghuisarts, over de muren van diens instelling heen werkt en ook ouderen in de thuissituatie bezoekt.
Transmurale zorg
Toen ik in de thuiszorg in Maastricht werkte heb ik ter voorbereiding op mijn functie van Verpleegkundig Specialist Ouderenzorg veel geleerd van de manier van werken van gespecialiseerd verpleegkundige Ludo Scheres en geriater Wubbo Mulder. Gestationeerd in het academisch ziekenhuis van Maastricht gingen zij letterlijk de boer op om patiënten in de thuissituatie te bezoeken. Veel is er sinds die tijd veranderd. Wat niet veranderd is, is de noodzaak om kwetsbare ouderen niet uit delicate evenwicht te halen door ze naar het ziekenhuis te laten komen. De transmurale zorg was in Maastricht voor mijn gevoel haar tijd ver vooruit.
In de decennia die volgden ontwikkelde zich in de eerstelijnsgezondheidszorg de functie van praktijkondersteuner. Aanvankelijk waren dit gespecialiseerde verpleegkundigen die een deel van de diabetes- of COPD-zorg van de huisarts overnamen. Later kwam daar ook de ouderenzorg bij. Maar een specialist ouderengeneeskunde die werkzaam is in de eerstelijn is tot op heden geen gemeengoed.
Preventie
Daarnaast valt er natuurlijk ook op het gebied van preventie een hoop te winnen. Met een gezonde leefstijl blijven ouderen langer fit en vrij van klachten. Zo draagt voldoende lichaamsbeweging en gezonde voeding rechtstreeks bij aan het verlagen van het valrisico. Anderzijds helpt het voorkomen van eenzaamheid, een probleem waar heel veel ouderen mee te maken hebben, ook in het langer helder en scherp van geest blijven.
Meten is weten!
In mijn ideale wereld vormen ziekenhuizen zich in de komende decennia om tot echte gezondheidscentra. Uiteraard moet de spoedeisende zorg die nu geboden wordt blijven bestaan, maar daarnaast zou het accent veel meer op gezondheid in plaats van ziekte moeten komen te liggen. Een huisarts moet bovendien niet iemand zijn waar je pas naartoe gaat als je klachten hebt. Een huisarts moet mij helpen om mijn gezondheid waar nodig of gewenst te verbeteren of te handhaven. Meten is weten! Aan de hand van iemands leefstijl en aanvullend bloedonderzoek kun je veel te weten komen over de gezondheid en eventuele gezondheidsrisico’s voor de korte en lange termijn.
Wie wordt er beter van de huidige gezondheidszorg?
Naar mijn smaak is de gezondheidszorg op dit moment hoofdzakelijk een individuele aangelegenheid. Dit kan en moet anders. Want de gevolgen van gezondheidsproblemen en ziekte zijn vaak niet beperkt tot het individu. Er zijn dikwijls ook collectieve gevolgen. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan (langdurig) ziekteverzuim en alsmaar toenemende druk op de mantelzorg. Om nog maar te zwijgen van de overbelasting van de professionele zorg. In Nederland doet men vaak alsof het een voorrecht is om in een rijk en welvarend land als het onze, zoveel geld aan de gezondheidszorg te besteden. Maar worden wij Nederlanders ook echt beter van de huidige gezondheidszorg?

