Een sloppenwijk in Mumbai waar de rijken vanaf grote hoogte overheen kijken ter illustratie van mijn blog over bubbelschaamte.

Bubbelschaamte

Afgelopen week hoorde ik de term bubbelschaamte voor het eerst. Het kwam uit de mond van prinses Laurentien. Ik luister sinds kort naar de podcast ‘Morele Ambitie’. Hierin interviewt Anna Gimbrère moreel ambitieuze gasten. Het interview met prinses Laurentien ging voor een groot deel over haar werk voor de stichting Gelijkwaardig Herstel. Een stichting die ze samen met haar man, prins Constantijn, heeft opgericht om hulp te bieden aan gedupeerde toeslagenouders, die een ander pad wensen te bewandelen dan het reguliere overheidspad. De kracht van de aanpak van stichting Gelijkwaardig Herstel zit ‘m in het luisteren. Vrijwilligers horen het verhaal van gedupeerde toeslagenouders aan en schrijven het op. Op basis van dat verhaal worden standaardbedragen gekoppeld aan het beschreven leed.

Zuinigheid

Op de vraag van Anna Gimbrère waar prinses Laurentien zelf het meest onder lijdt, introduceerde ze de term bubbelschaamte. Deze term raakte mij en het was alsof er bepaalde puzzelstukjes op hun plek vielen. Oftewel, ik heb ook best wel last van bubbelschaamte. Dat was vroeger wel anders. Als kind schreef ik het feit dat wij het als gezin bovengemiddeld goed hadden toe aan het inkomen van mijn vader. En vergis je niet, in mijn jonge jaren waren mijn ouders helemaal geen ‘big spenders’. Sterker nog, zuinigheid is me met de paplepel ingegoten.

Persoonlijke ambitie

Toen ik op mijn twintigste ging werken als leerling-verpleegkundige en nog thuis woonde bij mijn ouders, wist ik een aardig spaarcentje op te bouwen. Daarnaast betaalde ik een kleine bijdrage in mijn eigen levensonderhoud. Eenmaal klaar met mijn verpleegkunde opleiding lonkte de weide wereld. Gedreven door persoonlijke ambitie, maar zeker ook met het oog op mijn eigen verdienvermogen, besloot ik gezondheidswetenschappen te gaan studeren in Maastricht. In deeltijd, zodat ik mezelf kon bedruipen en de studie, een investering in mijzelf, kon bekostigen.

Wooncarrière

Op dat moment was er nog alles behalve sprake van bubbelschaamte. Sterker nog, mijn eerste woning was een riant twee-kamer-appartement in een nieuwbouwcomplex. Niet in Maastricht zelf, maar net over de grens in het Belgische Veldwezelt. Het was een huurappartement. Een hele fijne start van mijn wooncarrière. Maar desondanks hield het me niet heel lang tevreden. En nog geen driekwart jaar later kocht ik mijn eerste twee-kamer-appartement in Maastricht. Ik verdiende volgens de bank te weinig voor het verkrijgen van de hypotheek, maar dankzij mijn ouders kon ik het toch kopen.

Nadat ik mijn studie had voltooid leerde ik mijn eerste partner kennen. Samen kochten we binnen het jaar ons eerste woonhuis. We gingen weer een stapje hoger op de woonladder. Het betrof een uitgebouwde en volledig gerenoveerde arbeiderswoning aan de rand van waar eens de aardewerkfabriek Société Ceramique stond. Een fantastische plek om te wonen. Maar mijn honger naar meer en beter was nog niet gestild. En kort nadat we – hoe burgerlijk – onze hond kregen, werd het tijd voor een twee-onder-een-kap. We hadden aanvankelijk plannen om een carré-boerderij te kopen om daar een bed & breakfast in te beginnen. Toen we daar de financiering niet voor rond kregen, hadden we er voor kunnen kiezen om te blijven wonen waar we zaten. Maar daar was ik te ambitieus voor.

En dus werd het een twee-onder-een-kap uit de jaren zeventig. Compleet onderkelderd, een grote zolder en maar liefst twee dakterrassen en een tuin. Ik was helemaal in mijn nopjes met deze grote stap op de woonladder. Mijn partner daarentegen begon kort na de verhuizing last te krijgen van woonschaamte. Hij vond onze woning in vergelijking met de huizen van onze vrienden, veel te groot. En dus besloten we na een tijdje om opnieuw te verhuizen. Naar een nieuwbouwappartement.

Landhuis

Ons huwelijk liep op de klippen en met mijn nieuwe partner kocht ik onze eerste vrijstaande woning. Twee jaar later besloten we het huis te verkopen om naar Winterswijk te verhuizen. Daar wonen we nu op een prachtige plek in het buitengebied in een tot landhuis verbouwde boerderij. En uitgerekend op deze plek krijg ik last van bubbelschaamte. Maar wellicht is dat ook niet zo verwonderlijk. Sinds wij kinderen hebben en ik vrijwilligerswerk doe is de directe confrontatie met mensen die het minder hebben een stuk groter geworden.

Bubbelschaamte

In mijn werkzame leven in de thuiszorg en later in de mantelzorgondersteuning kwam ik ook geregeld in aanraking met mensen die het een stuk minder hadden als ikzelf. Maar op de een of andere manier raakte me dat in die tijd veel minder dan dat het nu doet. Ongetwijfeld spelen mijn leeftijd en levenservaring hierbij een bepalende rol. Je vraagt je wellicht af waar ik me dan precies voor schaam? Dat is een hele waslijst. En het is allemaal gelinkt aan wat er bij ons per maand allemaal binnenkomt. Onze financiën dus.

Ik schaam me voor het huis waarin we wonen. Waar we een vermogen in hebben geïnvesteerd om het duurzamer te maken. Met zonnepanelen, een warmtepomp en een thuisbatterij.  Ik schaam me voor het feit dat wij al zes jaar in een elektrische auto kunnen rijden. Voor het geld dat wij uittrekken voor gezond eten. Dat onze kinderen zowel kunnen sporten als een muziekinstrument bespelen. Voor de vakanties die we vaak twee keer per jaar maken. Of dat we dit weekend met de kinderen naar een theatervoorstelling gaan.

Onrechtvaardigheid

Kortom, ik voel een groot ongemak vanwege het feit dat wij het zo goed hebben in tegenstelling tot grote groepen mensen die het veel minder hebben. Het voelt onrechtvaardig dat wij het geluk hebben om met onze koopwoning vermogen op te bouwen. Mensen in een sociale huurwoning, als ze die al kunnen vinden, hebben die mogelijkheid doorgaans niet. Geld, geluk en gezondheid zijn sterk aan elkaar gerelateerd. Datzelfde geldt overigens ook voor schulden, stress en ziekte.

Kloof tussen arm en rijk

Het nieuwe kabinet onder leiding van minister-president Schoof gaat de komende jaren de kloof tussen arm en rijk, de ‘haves’ en de ‘have not’s’ niet verkleinen. Linkse politiek wordt gekenmerkt door solidariteit en gelijke kansen voor iedereen. Rechtse politiek door een grote eigen verantwoordelijkheid en een grote rol voor de vrije markt. Mijn bubbelschaamte zal de komende jaren dus alleen maar toenemen. En dus kan ik niet anders dan mij onbaatzuchtig blijven inzetten voor mensen die het minder hebben. Dat is het minste dat ik kan doen. Overigens niet in de mate waarin mijn vader dat nog altijd doet, want ik heb ook nog een huishouden te runnen en kinderen op te voeden. Bovendien hecht ik heel veel waarde aan de spaarzame vrije tijd die mijn vrouw en ik samen kunnen doorbrengen.

Wil je een seintje bij een nieuwe blog?

Ik stuur geen nieuwsbrieven en geen reclame.
Alleen een korte mail wanneer er een nieuwe blog verschijnt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.