Bamboebeertje

Happy Living (#13) – Confettiregen

Lezen vind ik heerlijk, maar ik gun mezelf veel te weinig tijd om het te doen. Behalve als ik op vakantie ben. De titel van deze blog verwijst naar het boek dat ik momenteel aan het lezen ben. Een absolute aanrader!

En dan is het vakantie. Maar dit jaar voelt het anders. Nu is met kleine kinderen op vakantie gaan doorgaans sowieso een hele onderneming, dat is tenminste mijn beleving, maar dit jaar voelt het minder onbezorgd. Het was dan ook bepaald niet vanzelfsprekend dat we dit jaar naar één van de meest populaire vakantielanden onder Nederlanders zouden gaan. We hebben er langere tijd rekening mee gehouden dat we vanwege COVID-19 thuis zouden blijven of last-minute nog iets in eigen land zouden zoeken, maar dat was allemaal niet nodig. En nu zitten we op een leuke camping in de Franse Auvergne. De camping ligt pal aan een vulkanische stuwmeer omringt door vulkanisch gebergte. Het weer is top. Omdat we hoger zitten vallen de mussen niet van het dak, maar is het toch ruimschoots over de twintig graden. 

Zoals ik al zei is Frankrijk al jarenlang de onbetwiste topper onder de bij Nederlanders populaire vakantielanden. Maar COVID-19 heeft alles anders gemaakt. Zo heeft denk ik zeker negentig procent van de campinggasten de Franse nationaliteit. Ik kan me niet heugen dat ik ooit in het buitenland op vakantie ben geweest en dat ik werd omringd door mensen met de lokale nationaliteit. Waar je in Europa ook op vakantie gaat, meestal wordt je voor het merendeel omringd door Nederlanders, Duitsers, Belgen en Britten. Een ‘verdwaalde’ Vlaming kom je hier nog wel tegen en we hebben zeggen en schrijven ook al één Brits nummerbord gezien, maar dat is het dan wel. Aan de ene kant voelt het daarom nog veel meer dat je op vakantie bent, maar aan de andere kant voel ik me een beetje schuldig. Hadden wij niet net als de Fransen in eigen land op vakantie moeten gaan en de lokale economie moeten stimuleren? Eigenlijk wel hè!? Het voelt eerlijkgezegd zelfs een klein beetje asociaal dat wij nu op een camping in het buitenland staan terwijl het gros van de mensen dit jaar in eigen land blijft. Tenminste, dat schat ik zo in. Heb ik dan spijt van dat we zijn gegaan? Beslist niet! Als we ons hadden laten leiden door angst, dan waren we vermoedelijk niet gegaan. Maar van angst is gelukkig geen sprake. Wel bezorgdheid. De toename van het aantal besmettingen en het aanscherpen van maatregelen maakt dat je niet geheel onbekommerd op vakantie gaat. We hebben dan ook wel de nodige voorzorgen genomen. Zo moet je in Frankrijk, anders dan in Nederland, in openbare gebouwen verplicht een mondkapje op. Dus heb ik voor mijn vrouw en mijzelf voor een paar euro online een stoffen mondkapje gekocht. Hier op de camping hoeven we het mondkapje uiteraard niet op in onze eigen accommodatie en ook niet in de (binnen-)speeltuin of het zwembad. Echter, toen we daags na aankomst voor meerdere dagen boodschappen gingen doen (en tegelijkertijd onze auto een beetje hebben bijgelaad), toen moesten ook wij er aan geloven. In Nederland valt bij de ingang van veel supermarkten het vriendelijke doch dringende verzoek te lezen om vooral alleen boodschappen te doen. Dat was bij de supermarkt die wij hadden uitgekozen niet het geval, dus gewoon met z’n vieren naar binnen. Mijn vrouw werkte het boodschappenlijstje af en de kinderen en ik maakten er een spelletje van om aan papa’s hand op zoek te gaan naar enkele items van het boodschappenlijstje. Dat werkte op zich prima. Het was een hele grote supermarkt en het was er niet druk, waardoor we redelijk relaxed boodschappen hebben kunnen doen. Het ritje naar de supermarkt was een belevenis op zich. Onze jongste genoot zichtbaar van het steeds veranderende berglandschap en de prachtige vergezichten. We kregen regelmatig te horen hoe ‘vet cool’ hij het vond. Mijn vrouw vond de rit iets minder cool, de vele bochten en het voortdurend accelereren en decelereren maakte dat ze al snel een beetje groen begon te zien. 

Een van mijn meest favoriete vakantieactiviteiten is lezen. Ik lees erg graag, maar in het normale leven van alledag gun ik mezelf daar veel te weinig tijd voor. Ik spreek heel bewust van ‘gunnen’, want als thuisblijfpapa ben ik eigen baas over mijn tijd en heeft niemand er onder te lijden als ik wat meer zou lezen. Echter, om overdag een uurtje te gaan lezen permitteer ik mezelf gewoon niet. Enerzijds omdat ik het lastig vind om in ‘de baas z’n tijd’ iets voor mezelf te doen en anderzijds omdat ik mezelf bescherm. Want als ik eenmaal aan het lezen ben dan zou de rest van het huishouden er wel eens bij in kunnen schieten. En dat moeten we natuurlijk niet hebben. Maar als we op vakantie zijn is het absoluut een favoriete bezigheid. Ik ben al een tijdje bezig met het boek ‘Sapiens’ van de schrijver Yuval Noah Harari. Erg interessant. Desondanks besloot ik om niet eerst dit boek uit te lezen, maar om te beginnen met het boek dat ik met vaderdag heb gekregen. Het is het boek ‘Confettiregen’, de debuutroman van Splinter Chabot. In ‘Confettiregen’ beschrijft Chabot hoe moeilijk een ‘coming-out’ is, ook als je opgroeit in een tolerant gezin. De worsteling die hij beschrijft, de twijfel, de zelfhaat en angst voor afwijzing zijn bijna tastbaar. Het is typisch zo’n boek dat als het onderwerp je raakt en dat doet het mij zeker, dat je het in één ruk wilt uitlezen. Om Sander Becker van Trouw te citeren “De sprekende details uit de schooljaren zullen bij lezers veel herinneringen wakker roepen.” Voor mij is het absoluut een ‘trip-down-memory-lane’. Op het moment dat ik deze blog schrijf ben ik ruimschoots halverwege het boek en wat mij het meest raakt is de innerlijke strijd die de hoofdpersoon, een door Chabot gecreëerd alter-ego genaamd Wobie, voert. 

Een coming-out gaat mijns inziens veel verder dan het besef dat je anders bent. Het gaat in de eerste plaats om zelf-acceptatie. Als je tot het ontluikende besef komt dat het ‘sprookje’ van het hetero-seksueel georiënteerde wereldbeeld niet op jou van toepassing is, dan vraagt dat in de eerste plaats voor je gevoel om een heel groot offer. Dat offer zit ‘m in het loslaten van dat sprookje en het leren accepteren van een alternatief. Gaandeweg het coming-out proces wordt het vertrouwen in jezelf langzaam maar zeker eerst onderuit gehaald en vervolgens moet je dat dan weer zien op te bouwen. Een proces waarbij angst en spanning elkaar in misselijkmakend tempo voortdurend kunnen afwisselen. De vraag die door mijn hoofd schiet is of we onze kinderen kunnen behoeden voor zo’n ingrijpend proces? Moeten we dat überhaupt willen? Als ik naar mezelf kijk dan heeft mijn eigen proces me gevormd tot de persoon die ik nu ben. Angst en onzekerheid hebben daar zeker aan bijgedragen. Maar horen angst en onzekerheid niet gewoon thuis in de normale ontwikkeling van een kind, via puber, en adolescent tot volwassene? We leven nu eenmaal niet in een sprookjeswereld, hoe zeer we dat als kind ook graag willen geloven. Scherm je de boze buitenwereld zo lang mogelijk af van je kinderen en laat je ze op die manier zo lang mogelijk kind zijn? Of introduceer je de buitenwereld in al zijn imperfectie al op jonge leeftijd en heb je oog voor hun weerbaarheid? Als ouder neig ik zelf meer naar dat laatste omdat ik verwacht dat ik mijn kinderen daar op de lange termijn meer mee bescherm dan als ik probeer om de boze buitenwereld zo lang en zo veel mogelijk van ze weg te houden. Om met Herman van Veen te spreken…”de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren”. 

Je kunt mijn website ook volgen via:
Facebook
Twitter
Instagram

2 thoughts on “Happy Living (#13) – Confettiregen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.