Bamboebeertje
Deze afbeelding illustreert uit de waarden vrijheid, gelijkheid en broederschap het begrip gelijkheid

Vrijheid, gelijkheid en broederschap (2/3)

Gelijkheid is in deze tijd van (institutioneel) racisme best een beladen onderwerp. Maar waar staat gelijkheid nou eigenlijk voor? En hoe ervaar ik zelf (on)gelijkheid? Daar gaat deze blog over.

Dit is het tweede deel van het drieluik dat ik schrijf over ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Deze waarden zijn sinds de Franse Revolutie het motto van Frankrijk. Aan de hand van deze waarden probeer ik de recente uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen te duiden. Uiteraard zoals altijd vanuit mijn eigen, weinig objectieve en enigszins beperkte blik. In het eerste deel van deze drieluik stond het begrip ‘vrijheid’ centraal. In deze blog leg ik ‘gelijkheid’ onder het vergrootglas. Eerst volgt een stukje theoretische achtergrond en vervolgens ga ik in op mijn persoonlijke ervaring.

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)

Gelijkheid staat in de eerste plaats voor gelijke behandeling voor de wet. De UVRM stelt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren. De juridische betekenis van gelijkheid voert terug op het aloude natuurrecht dat stelt dat ieder mens een gelijke vrije wil heeft. 

De overheid mag een groep of individu niet achterstellen. Gelijkheid wil echter niet zeggen dat iedereen recht heeft op evenveel bezit. Of dat de overheid er zich zou voor moeten inzetten dat mensen qua levenswijze zo veel mogelijk op elkaar lijken. In een wet mag onderscheid worden gemaakt als dat duidelijk is vastgelegd. Bijvoorbeeld dat een bepaalde voorziening geldt voor langdurig werklozen of dat vrouwen recht hebben op zwangerschapsverlof. Belangrijke toepassingen van het gelijkheidsbeginsel zijn onder meer de gelijke rechten van man en vrouw, gelijke betaling voor gelijk werk en gelijke rechten bij verkiezingen.

Artikel 1

In Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet wordt gelijkheid als volgt geformuleerd: Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Het achterstellen van individuen of groepen mensen op welke grond dan ook is niet toegestaan. Gelijkheid geldt dus niet alleen voor Nederlanders, maar voor iedereen die zich in Nederland bevindt.

Ongelijke kansen

De Amerikaanse filosoof John Rawls (1921-2002) ontwierp een politieke theorie voor een rechtvaardige democratische samenleving. De maatschappij is volgens hem een samenwerkingsverband tussen rationele en redelijke individuen. In die maatschappij zijn mensen zelf verantwoordelijk voor hun geluk. Maar mensen hebben vanaf de geboorte ongelijke kansen. Ze hebben verschillende talenten, behoren tot verschillende sociale klassen, of hebben handicaps of ziektes of domweg pech.

Een rechtvaardige maatschappij corrigeert die nadelen. Het is volgens Rawls de taak van de overheid om onverdiende achterstanden op te heffen. Dat doet ze in de eerste plaats door ervoor te zorgen dat iedereen gelijke rechten heeft en daarvan ook gebruik kan maken. Daarnaast is de overheid ervoor verantwoordelijk dat iedereen een zo groot mogelijke kans heeft om het best mogelijke voor zichzelf te krijgen. En bovendien moet elke maatregel die de overheid neemt erop gericht zijn om degenen die het minst bedeeld zijn naar verhouding het meest te bevoordelen.

Eigen ervaring

In mijn eigen leven heeft het begrip ‘gelijkheid’ vanaf mijn jongste jeugd een hele belangrijke rol gespeeld. In zijn werk was mijn vader altijd bezig met belangenbehartigig van mensen die een ongelijke kans in de maatschappij kregen. Aan het begin van zijn loopbaan was hij groepsleider in een internaat voor jeugdige delinquenten. Later werd hij opbouwwerker voor woonwagenbewoners en hij besloot zijn carrière in het wijkopbouwwerk. Met andere woorden, hij strijd zijn hele leven al voor gelijkheid. In die strijd lag hij regelmatig met een overheid in de clinch die zich onvoldoende van de genoemde taken kweet.

Kortom, het gelijkheidsbeginsel heb ik met de paplepel binnen gekregen. Toen ik puber was kwam ik er achter dat ik mezelf tot de LHBTIQ+ gemeenschap mag rekenen. Hierdoor werd ik me nog bewuster van de ongelijkheid in de wereld. Begrijp me niet verkeerd, ik heb me nooit achtergesteld gevoeld op basis van zaken als geslacht, geloof, seksuele voorkeur, etc. Maar als lid van een gemeenschap waar discriminatie aan de orde van de dag is ben ik daar wel beducht op.

Het maakt echt uit waar je wieg heeft gestaan

Ik vind het maar moeilijk te verkroppen dat anno 2021 het voor je kansen in het leven nog altijd veel uitmaakt waar je wieg heeft gestaan. Ik herinner me nog goed dat ik als kind veel met dit thema bezig was. Dan probeerde ik me in te beelden hoe mijn leven eruit zou zien als ik bijvoorbeeld niet in Nederland maar bijvoorbeeld in Ethiopië was geboren. Of als ik niet in ons dorp was opgegroeid maar in een arme wijk van een willekeurige grote stad. Ik vroeg me dan vaak af welke wensen en gedachten leeftijdsgenootjes zouden hebben die in veel minder gunstige omstandigheden opgroeiden dan ik. Inmiddels heb ik geleerd dat niet ik maar de overheid een belangrijke rol heeft in het aanpakken van de kansongelijkheid in Nederland. Maar wat doet de overheid daar feitelijk aan?

Institutioneel racisme

Neem nou de toeslagenaffaire. Gevoed door een groot wantrouwen van de overheid jegens haar burgers heeft er een fraudejacht plaatsgevonden die zijn weerga niet kent. Daar waar het de primaire taak van de overheid is om kwetsbare individuen en groepen te beschermen, heeft zij haar rol in de toeslagenaffaire op schandalige wijze verzaakt. Op die manier raakten duizenden onschuldige burgers tussen de niets ontziende raderen van de belastingdienst en werden wreed vermorzeld. Hoe schokkend is het om je te realiseren dat een overheid die het gelijkheidsbeginsel moet toepassen op iedereen die zich in Nederland bevindt, dat met voeten treedt. Ze maakt zich schuldig aan institutioneel racisme en handelt daarmee in strijd met Artikel 1 van onze Grondwet. 

In de democratie waarin wij leven moet je er op kunnen vertrouwen dat verkiezingen het ongekende onrecht waar een grote groep burgers de dupe van is geworden als het ware corrigeert. Dat is niet gebeurd. Sterker nog, snode plannen lijken zich te ontvouwen om één van de parlementariërs die het balletje aan het rollen bracht op slinkse wijze op een zijspoor te zetten. Heel slim, want de ervaring leert dat een positie elders kan leiden tot ernstige geheugenproblemen. Knap lastig als de betreffende politicus straks nog ondervraagd gaat worden tijdens de parlementaire enquête omtrent voornoemde affaire.

Volgende week het derde en laatste deel van deze drieluik over ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. 

Abonneer je op mijn blogs:
Follow by Email
Facebook
Twitter
Pinterest
Instagram

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.