Een foto van allerhande snoepgoed. Iets was absoluut niet past binnen een gezonde leefstijl.

Leefstijl

Wist je dat jouw leefstijl een hele grote stempel drukt op je gezondheid? Zowel lichamelijk als mentaal. En niet alleen nu, maar vooral ook op de langere termijn. Je leefstijl zegt iets over je eet-, beweeg-, slaap- en ontspanningsgewoonten, maar ook over de mate waarin je dag in dag uit stress ervaart. Positieve stress en negatieve stress. Doordat veel van de schadelijke effecten van een ongezonde leefstijl pas zichtbaar worden na een lange tijd motiveert het veel mensen niet om er nu iets aan te doen. En als ze na jarenlang ‘slecht’ voor zichzelf te hebben gezorgd ziek worden, dan moet de gezondheidszorg het maar oplossen. Daar betaal je tenslotte ziektekostenpremie voor.

Schuld

Ligt de schuld van veel gezondheidsproblemen die veroorzaakt worden door een ongezonde leefstijl bij de individuele burger? Was het maar zo simpel. Ik draag weliswaar zelf een grote verantwoordelijkheid voor mijn gezondheid, maar het is in feite een gedeelde verantwoordelijkheid. Er zijn namelijk een heleboel factoren die mijn gezondheid beïnvloeden waar ik als individu geen of slechts in heel beperkte mate grip op heb. Bijvoorbeeld op de kwaliteit van de lucht die we inademen, het water dat we drinken, de huizen waarin we wonen of de auto’s waarin we rijden. Daarom hebben we wet- en regelgeving. Om die zaken te regelen die we niet als individu kunnen regelen. 

Betutteling

We vinden het inmiddels doodnormaal dat de wet voorschrijft dat we autogordels moeten dragen als we ons in een auto verplaatsen. Of dat er een rookverbod geldt in openbare gebouwen en de horeca. We worden echter iets minder enthousiast als de overheid zich gaat bemoeien met wat we in onze mond stoppen. In onze ogen neigt dat al heel snel naar betutteling. Voedselveiligheid is een collectieve verantwoordelijkheid. De keuze om voedingsmiddelen te gebruiken die op termijn onze gezondheid schaadt zien we als een individuele vrijheid. In mijn ogen wringt het daar ergens.   

Individuele keuze

In stressvolle periodes schreeuwt ons lijf om vet- en suikerrijk voedsel. Dat is heel logisch, want daar zitten heel veel calorieën in. En stress kost veel energie. Jammergenoeg zijn veel vet- en suikerrijke voedingsmiddelen ook niets meer dan calorieënbommen. Voedingsstoffen waar ons lijf ook echt profijt van heeft zijn bijna altijd ver te zoeken. Doordat er bovendien hele goedkope grondstoffen worden gebruikt in deze calorieënbommen zijn de kosten voor productie laag. Door die lage prijs wordt de consument nog eens extra verleid. En de fabrikant vaart er wel bij. 

Het marktaandeel producten in de supermarkt dat buiten de ‘Schijf van Vijf’ valt is 79 procent (bron: onderzoek WUR, november 2021). Vier op de vijf voedingsmiddelen vallen dus in de categorie waarvan het Voedingscentrum zegt dat je ze beter niet of slechts in zeer beperkte mate moet gebruiken. Voor de producten die in de aanbieding zijn en waarvoor dus reclame wordt gemaakt is dit percentage zelfs 81 procent. Kortom, we worden voortdurend verleid tot het kopen en consumeren van voedingsmiddelen met een zeer belabberde voedingswaarde. Producten waarvan regelmatige consumptie het risico op het ontstaan van gezondheidsproblemen aanzienlijk vergroot. Maar we blijven erbij dat wat we in ons winkelmandje stoppen onze eigen individuele keuze is.

Als een individuele keuze onderhevig is aan allerlei vormen van manipulatie, is er dan nog wel echt sprake van een individuele keuze? In hoeverre kun je van individuele personen verwachten dat ze gezonde keuzes maken?  Is dat realistisch als je bedenkt dat er voortdurend slinks wordt ingespeeld op onze behoefte aan vet- en suikerrijk voedsel. We leven immers in een stressvolle maatschappij, dus die behoefte wordt constant aangewakkerd.

Onderhoud

Van het huis waarin we wonen verwachten we dat het veilig is. Dat we in grote mate beschermd zijn tegen constructiefouten waardoor het hele zaakje in elkaar dondert. Bovendien plegen we periodiek onderhoud aan onze woning zodat we er  lang plezier van hebben en het ook minstens zijn waarde behoudt. Maar hoe zit dat dan met het ‘huis’ waar we echt in thuis zijn? Ons lijf!

Met periodiek onderhoud gaan we het voor wat betreft onze lijflijke gezondheid niet redden. Ons lijf vraagt dagelijks om gedegen onderhoud. Eten, bewegen, ontspannen en slapen zitten als het ware in onze gereedschapskoffer voor het noodzakelijke onderhoud. Maar hoe we dat het beste kunnen doen vraagt om een bepaalde mate van kennis en inzicht. Maar met alleen kennis en inzicht ben je er niet. Want om dagelijks bewust met het onderhoud van je lijf bezig te zijn vraagt bovendien ook tijd en energie. En laten veel mensen daar tegenwoordig nou vaak een structureel gebrek aan hebben.

De laatste druppel doet de emmer overlopen

Een ander heikel punt is motivatie. Veel van de gezondheidsproblemen die kunnen ontstaan door  onvoldoende aandacht te besteden aan het ‘dagelijks onderhoud’ zijn sluipend. Daarmee bedoel ik dat ziekten die het gevolg zijn van een ongezonde leefstijl (overgewicht, suikerziekte, hart- en vaatziekten en verschillende vormen van kanker) zich pas na verloop van tijd openbaren. Dat neemt niet weg dat je waarschijnlijk al veel langer klachten hebt. Die klachten komen echter zo geleidelijk dat je lijf zich daaraan aanpast. Echter, het is de laatste druppel die de emmer doet overlopen. Er komt een punt dat de schade die is aangericht zo ernstig is dat je lijf het niet meer zelf kan oplossen. Op zo’n moment komt iemand vaak in het medische circuit terecht. 

Als het zover uit de hand gelopen is dat je bij een medisch specialist terecht komt, dan kan die ook vaak niet meer doen dan met een operatieve ingreep of met medicijnen de symptomen die klachten veroorzaken verhelpen of verminderen. Stel dat door een ongezonde leefstijl de vaten rondom je hart dichtslibben en je krijgt een hartinfarct. Ga maar eens na wat de kosten zijn vanaf het moment dat het misgaat tot het moment waarop je volledig hersteld bent. Ervan uitgaande dat je het tenminste overleeft. Het ritje met de ambulance, de behandeling op de spoedeisende hulp, dotteren of bypass-operatie, medicijnen voor de rest van je leven, hartrevalidatie, etc. En dan heb ik het nog niet eens over het verlies van kwaliteit van leven. Zowel in de tijd voorafgaand aan het hartinfarct als daarna.

Wat leren we onze kinderen?

Kortom, de materiële en immateriële kosten van ziekte zijn dermate hoog dat je zou verwachten dat we er als individu alles aan doen om gezond te blijven. Niets is minder waar. Hoe dat komt? Er zijn een heleboel redenen. Ten eerste zijn wij een nogal kortzichtig volkje. We hebben over het algemeen wel oog voor de directe gevolgen van ons gedrag, maar niet voor gevolgen op lange termijn. Voor mijn gevoel ontbreekt er iets in onze basis. Ons onderwijssysteem is er volgens mij voornamelijk op gericht om ervoor te zorgen dat onze kinderen straks allemaal een betaalde baan hebben en zo in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Maar moeten we kinderen ook niet leren hoe ze op andere gebieden goed voor zichzelf moeten zorgen? Want zeg nou zelf, als kinderen tijdens een schoolreisje wel snoep maar geen fruit krijgen, wat leren die kinderen dan? 

Abonneer je op mijn blogs:
Facebook
Instagram
Twitter
Pinterest

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.