Bamboebeertje

Consumentisme en onze wegwerp-maatschappij

Een druppel op een gloeiende plaat. Zo voelen mijn individuele pogingen om te verduurzamen vaak. Maar vanuit een optimistisch perspectief zou je ook kunnen zeggen dat alle kleine beetje helpen. Maar zullen we het dan wel samen doen.

Ik beschouw mezelf onderhand best wel een beetje als een voorvechter voor verduurzaming. We hebben ons eigen huis opgekrikt naar energielabel A, we rijden elektrisch, we eten steeds meer biologisch en aanzienlijk minder vlees dan een paar jaar geleden, we doen lang met onze kleding en schromen er niet voor om voor tweedehands te gaan en we zijn al zes jaar niet op vliegvakantie geweest. Als we iets aanschaffen dan denken we daar bovendien eerst goed over na. Daarnaast ben ik vrijwillig energiecoach en politiek actief bij GroenLinks. Kortom, je zou kunnen denken dat ik op individuele basis best lekker bezig ben. En toch voelt dat eigenlijk helemaal niet zo en dat komt onder andere omdat ik onlangs werd geconfronteerd met het nieuwsfeit dat de rijkste 1 procent dubbel zoveel CO2 uitstoot als de armste helft van de wereldbevolking. En het zijn de armsten in ontwikkelingslanden die de prijs betalen voor het volledig doorgeslagen consumentisme in de westerse wereld.

Begrijp me goed, wij horen niet bij die 1 procent, maar we hebben het wel meer dan goed. Onze financiële situatie maakte dat we er drie jaar geleden voor kozen om een riant landhuis in het prachtige Winterswijkse buitengebied te kopen. Niks mis mee denk je misschien, maar feit is dat we er ook voor hadden kunnen kiezen om een kleinere woning te betrekken. Een kleiner huis heeft doorgaans namelijk een aanzienlijk kleinere ecologische voetafdruk dan een groot huis. Door flink te investeren in isolatie, zonnepanelen en andere kleinere duurzame oplossingen hebben we de voetafdruk van ons huis behoorlijk weten te verlagen, maar we hadden er drie jaar geleden ook voor kunnen kiezen om een compacte goed geïsoleerde woning te kopen. Een van de belangrijkste redenen dat we dat niet hebben gedaan is omdat we het kopen van een huis zagen als een goede investering in onze toekomst. Daarbij dachten we uiteraard aan onze gezinssituatie met opgroeiende kinderen, maar er was zeker ook sprake van een financiële motivatie. Het appeltje voor de dorst voor na ons pensioen om het maar zo te zeggen. 

Maar als je het al goed hebt, waarom blijf je dan streven naar meer en beter? Dat is een vraag die ik voor mezelf probeer te beantwoorden maar waar ik keer op keer in vast loop. Wat is dat toch met ons dat we het zo moeilijk vinden om tevreden te zijn en vooral te blijven met wat we hebben? Is dat de menselijke aard? Of is het iets wat door de commercie is gecreëerd en waar we maar heel moeilijk weerstand tegen kunnen bieden? Ik denk eerlijkgezegd dat beide een rol spelen. We leven in het ‘Action’ en ‘Alibaba’ tijdperk! Wat ik daarmee bedoel is dat deze ‘winkels’ tekenend zijn voor de tijd waarin we leven. Het zijn commerciële grootmachten die producten laten produceren tegen een zeer geringe kostprijs en over de hele wereld transporteren zodat de consument ze voor een habbekrats kan kopen, een tijdje gebruikt om zich er vervolgens weer even gemakkelijk van te ontdoen. Het zijn grootgrutters in het wegwerp-consumentisme en de afvalberg vaart er wel bij. Het lijkt wel alsof dit soort marktpartijen gezamenlijk de illusie hebben gecreëerd dat rijkdom zit in het vergaren van zoveel mogelijk spullen. En dan heb ik het nog niet eens over de arbeidsomstandigheden waaronder deze producten geproduceerd worden. Want laten we wel zijn, maar als we bij de Action iets kunnen kopen voor een paar eurocent en je probeert te bedenken wat het product alleen al aan grondstoffen en aan transport heeft gekost,  dan vrees ik dat er vrij weinig overblijft voor de loonkosten en de secundaire arbeidsomstandigheden van de productiemedewerkers. Maar waarom kopen we die spullen dan zo gemakkelijk en nemen we even gemakkelijk er weer afscheid van als ze kapot of uit-de-tijd zijn. 

Het schijnt zo te zijn dat als je geld uitgeeft, dat dan hetzelfde gebied in de hersenen wordt geactiveerd als wanneer je iemand verliest. Die ‘pijn’ is sterker naarmate de prijs hoger is. Maar het omgekeerde is ook het geval. Als de prijs van een product onder die pijngrens zit, voel je geen weerstand en schaf je het dus heel gemakkelijk aan. Bij een discounter zoals de Action of online bij Alibaba vind je heel veel spullen die onder die pijngrens zitten. Je voelt je al snel een dief van eigen portemonnee als je in een dergelijke winkel niets koopt. Discounters spelen heel geraffineerd in op dat gevoel. En mensen die meer te besteden hebben, die hebben natuurlijk ook een hogere pijngrens en zullen zonder een centje pijn een grotere uitgave doen. Zie hier een van de factoren die een rol in het hedendaags consumentisme spelen. Een andere is het prettige gevoel dat je krijgt als je iets koopt waar je bovendien ook nog eens van overtuigd bent dat je leuke deal hebt gekregen. Dit triggert je beloningssysteem. In je lichaam komt het gelukshormoon dopamine vrij dat verantwoordelijk is voor een prettig gevoel, je krijgt een kick. Nadeel is echter dat de kick die je van het gelukshormoon krijgt maar van tijdelijke duur is. Als je een blijvende roes nastreeft moet je met grote regelmaat spullen aanschaffen en dat zou zomaar eens problematisch kunnen worden en uitmonden in een heuse koopverslaving. 

Wat dat betreft liggen er in onze huidige maatschappij allerlei verleidingen op de loer en je moet aardig sterk in je schoenen staan om nooit ergens aan ten prooi te vallen. Het is wat dat betreft als individu dan ook een hele klus om jezelf tegen alle hedendaagse verleidingen te beschermen. Daar zou de overheid wat mij betreft wel een wat stevigere rol in mogen spelen. Maar wat doet de overheid, die hamert op de individuele verantwoordelijkheid van ieder mens. Kijk maar eens naar het hele klimaatdebat. Er wordt ontzettend veel heisa gemaakt om burgers aan het verduurzamen te krijgen, terwijl de echt grote vervuilers er vrolijk mee weg komen. Ik denk als we deze planeet nog willen redden dat alle partijen, te weten de industrie, de overheid en de burger zullen moeten samenwerken en dat eenieder naar vermogen bijdraagt. Want anders blijft het dweilen met de kraan open en als burgers dat beseffen, dan gaat het hele draagvlak voor verduurzaming onderuit. En als er in Nederland ergens geen draagvlak voor is, dan vergeet het maar. Dus politiek en industrie, jullie zijn aan zet!

Abonneer je op mijn blogs:
Follow by Email
Facebook
Twitter
Pinterest
Instagram

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.